|
Inleiding Van Kanker naar Kanjer:
Stil is het, doodstil wanneer ik op zaterdagavond
16 december door de straten van ons dorp dwaal. En terwijl ik daar loop, samen met mijn trouwe viervoeter stromen de tranen over mijn wangen.
Het huilen is iets dat mij regelmatig overkomt en
wat sinds 8 mei 2006 niet meer te stoppen is. Onderweg zie ik feestelijk verlichte woonkamers, bijna overal staat een kerstboom. Omdat de
mensen nu de gordijnen wat langer openhouden,
kan iedere wandelaar de kerstboom in al zijn glorie aanschouwen. Het breekt mijn hart. Gelukkige
gezinnen, spelende kinderen, mooie tafereeltjes en niemand weet met welk verdriet ik langs hun huis loop. Zij zijn zich van geen kwaad bewust. Zal deze kerst mij vreugde of verdriet brengen? Of misschien van alles een beetje, ik weet het niet en ik durf er ook niet goed over na te denken. Zal dit de laatste kerst van ons samen worden? Ik moet er niet aan denken. Vlug loop ik door, het is erg koud, en stel dat iemand mijn tranen ziet. Zodra ik thuiskom duik ik het toilet in. Vlug mijn tranen drogen en doen alsof er niets aan de hand is. Vrolijk stap ik de
kamer binnen. Het is bijna kerst...
|